Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

  home massage workshop contact registreerformulier sitemap login  
  VlagNederland VlagFrankrijk  
tim

 

           
  Fotogalerij

Fotogalerij

Agenda

Programma

On-line cursus

 

 

VIPASSANA MEDITATIE

Vipassana betekent "inzicht".

Vipassanameditatie leidt tot inzicht.

Het is een van oorsprong boeddhistische meditatievorm, die vooral in Zuid-Azië wordt beoefend. 
Deze meditatievorm verschilt niet veel van de Zenmeditatie, maar gebruikt een andere techniek.

Vipassana Meditatie is een methode voor zelf-observatie. 
In oud Indiaas betekent "passana" kijken, met open ogen zien op een gewone manier. 
"Vipassana" betekent de dingen observeren zoals ze echt zijn, niet zoals ze lijken te zijn.

"De methode is opmerkzaamheid, 
de essentie is wijsheid en 
de expressie is mededogen"

Vipassanameditatie is in feite erg simpel. 
Het principe is: "aandachtig zijn",
je voortdurend bewust zijn van wat er hier en nu gebeurt. 
Dat kan van alles zijn:
je lichaam, je ademhaling, je gedachten, je gevoelens of je emoties. 
Maar ook je zintuiglijke indrukken: wat je hoort, ziet, voelt, ruikt en proeft.

Bij vipassanameditatie gebruiken we als meditatieobject onze beweeglijke geest
als hulpmiddel om aandacht en concentratie te ontwikkelen.
Als vast meditatieobject gebruiken we het rijzen en dalen van de buik
bij het in- en uitademen of het volgen van de gehele ademhaling. 
Maar daarnaast laat je de dingen die je afleiden toe en observeer je alles.
Bij dit proces moeten we leren om alles wat op ons afkomt aan gedachten, 
gevoelens en emoties niet te veroordelen of te beoordelen. 
Door oefening leren we alle gedachten, gevoelens en emoties toe te laten.


Vipassana Meditatie is het onbevooroordeeld observeren helder waarnemen 
van alle lichamelijke en mentale verschijnselen die in ons bewustzijn verschijnen. 
Zo leren we omgaan met allerlei gedachten, gevoelens en emoties,
zoals angst, kwaadheid, verdriet, jaloezie enzovoort. 
We leren ook omgaan met prettige en pijnlijke ervaringen,
met onze eigen beperktheden en die van de mensen om ons heen. 
Het is een proces van aandacht ontwikkelen en jezelf openen.

Het vermogen om aandachtig te zijn is altijd in ons aanwezig. 
Aandachtig zijn en jezelf openen leidt vanzelf tot toelaten,
accepteren en transformeren. 
Zo bereik je harmonie in jezelf en dat leidt tot vrede en geluk
.

Inleiding

Discipline of Sila 
concentratie of Samadhi 
wijsheid of pañña of inzicht 
in Vipassana-meditatie


Geen vrijheid zonder discipline. Wij houden niet van het woord discipline. 
We ergeren ons misschien, maar dat is niet nodig. 
In ieder werk heb je discipline nodig. 
Discipline leidt tot vrijheid. 
Dat is wat we hier doen: eraan werken dat we vrij worden.
Het doel van de meditatie is vrijheid. 
Discipline kun je beschouwen als wisselgeld. Je moet onderhandelen om vrijheid te verkrijgen. 
Met discipline heb je iets om te ruilen. Als je geen discipline hebt zul je nooit weten wat vrijheid is. 
Zonder discipline zijn we een hoopje chaos en misleiding. 
Wanneer je discipline goed is zal al je werk slagen. 
Zonder discipline maak je je taken niet af, of stop je midden op de weg.
Dat geeft problemen. Als je iets doet heb je ook motivatie nodig en vastberadenheid.
Soms kan het erg moeilijk zijn om door te gaan, maar je geeft niet toe
aan de problemen enje geeft je doel niet op. 
Voor degenen die veertien dagen blijven is een weekend niet lang, 
maar voor nieuwkomers kan het behoorlijk lang zijn. 
Een behoorlijke job. Er is veel te doen. Je hebt dus vastberadenheid nodig. 
Deze kwaliteiten maken je werk compleet en succesvol. Dit alles heeft discipline nodig. 
Bij het beoefenen van Vipassana is discipline misschien nog wel makkelijker dan in het dagelijkse leven. 
In Vipassana-meditatie betrekken we de discipline op de zes zintuigen.

De zes zintuigen zijn de basis voor de discipline. 
Je hoeft 't niet te maken, het komt tot je. Het contact van de zintuigen komt naar je toe. 
Met dat contact ontstaat de discipline. 
Als je het contact mist of als je er geen gebruik van maakt dan is er geen discipline. 
Als er geen discipline is kan het volgende object, de concentratie niet groeien.


De concentratie waarover wij spreken is momentane concentratie. 
Je hebt geen diepe, lange of volle concentratie nodig: enkel van moment tot moment.
Je hoeft enkel van moment tot moment op te merken en te benoemen. 
Dat wil zeggen dat ieder moment van opmerken of benoemen het beoefenen is van discipline en concentratie. 
Als je het op tijd doet en met betrekking tot het juiste object dan verkrijg je wijsheid. 
Dan heb je dus alle drie objecten tezamen, namelijk discipline, concentratie en wijsheid. 
Deze drie bepalen elkaar.
In feite hoef je je niet af te vragen: ,,Wanneer zal ik wijsheid verwerkelijken?'' 
Dat gebeurt op het moment van het zintuiglijk contact.
Dat is Vipassana beoefenen.

Hebben jullie allemaal kennis van de zes zintuigen? 
We werken met lichaam en geest. In dit samenstel van lichaam en geest is de geest de leider.
Je hebt de instructie gekregen te oefenen op de vier gebieden van opmerkzaamheid 
nl. lichaam, gevoel, bewustzijn en ,,mind objects'' ofwel conditionering. 
Als je Vipassana-meditatie beoefent moet je de hele tijd op tijd aanwezig zijn op deze vier gebieden.
Altijd slechts op één gebied tegelijk, nooit op twee gebieden tegelijk. 
Ook niet te vroeg of te laat. Als je precies op tijd bent eindigt het object en heb je niets meer te doen.

De zes zintuigen. 
Je kunt de vier gebieden herkennen door de zes zintuigen. 
De herkenning komt tot stand door het contact. 
Je beoefent discipline op het moment dat dat je zegt ,,zien'' en je het visuele object ziet. 
Je ziet hoe verschillend deze discipline van normale discipline is. 
Deze discipline is innerlijk. 
Gewoonlijk loop je rond en je ziet, maar je maakt geen notitie van het object. 
Wat gebeurt er dan? Je ondergaat de invloed van hetgeen je ziet. 
Je vindt het mooi, lelijk, aantrekkelijk, of onaantrekkelijk.
Dit is afhankelijk van je conditionering of voorkeur en afkeer.
Er is dan tanha (het verlangen naar iets of om met iets te zijn) of 
vibhava tanha (het verlangen om niet met iets te zijn). 
Op dat moment word je al beschadigd.
In ons dagelijks leven lopen we de hele tijd beschadigingen op. 
Zo gauw je iets mist of aangetrokken wordt, word je geduwd, voortgestuwd. Dat is pijnlijk. 
Dat is niet prettig, maar soms houd je ervan en zoek je het op, want we zijn een beetje gek. 
We hebben een soort van gekte waardoor we prikkels nodig hebben en we geduwd willen worden. 
Een bepaalde pijn is aantrekkelijk, te veel pijn niet. 
Als je zien noteert dan is er discipline aanwezig. 
Hetzelfde geldt voor horen, dan is er een auditief object. 
Soms probeer je te mediteren en een geluid komt je verstoren. 
Als je niet noteert horen, dan word je beïnvloed door het contact van het geluid aan je oor. 
Zo gauw je beïnvloed wordt ben je niet vrij. 
Je hoort omdat je niet doof bent, je kunt het niet vermijden, 
waar je ook gaat, ook als het heel stil is hoor je, of je hoort jezelf. 
Echter, als je noteert “horen, horen”, terwijl je bewust bent van het contact van het zintuig, dan ben je vrij. 
Soms krijg je bepaalde ideeën door horen als je zeer diep in de concentratie bent.
Je hoort dan stemmen of geluid, speciaal in diepe concentratie hoor je een diepe stem. 
Dit kan gevaarlijk zijn als je geen vaardigheid hebt ontwikkeld om te noteren of te benoemen. 
Als je diep gaat verbreek je alle contact, maar je oor blijft horen. De vraag is dan: ,,Waarom blijf ik horen?'' 
Omdat het idee van horen sterk is. 
Het innerlijke hoorbewustzijn is zeer sterk, is zeer duidelijk. 
Je hoort zeer diep een stem of een geluid, dat kan gebeuren. 
Als het je beïnvloedt kan dat gevaarlijk zijn, speciaal als je geen begeleiding hebt. 
Wat kun je doen om dit te voorkomen? Je maakt direct een notitie. 
Het maakt niet uit of je echt hoort of dat het een idee is, zo gauw je je bewust wordt van dit auditieve object noteer je het.
Stem of geluid is buiten, hoorbewustzijn is binnen, in jou. 
Je noteert “horen, horen”, je beoefent Vipassana, je laat je niet door het geluid beïnvloeden.


Als je dit kunt doen beoefen je sila en samadhi. 
Ieder moment als je een notitie maakt is de vraag weg. 
Je hoeft niet meer te vragen: “Wat hoor ik?” Je hebt geen tijd, want je moet noteren “horen, horen”. 
Tegelijkertijd kan er ook geen voorkeur ontstaan,
b.v. om enkel maar goeie dingen te horen of geen onaantrekkelijke dingen te horen. 
Dus geen voorkeuren. 
Wij adviseren om onafgebroken opmerkzaamheid te ontwikkelen op de vier gebieden 
namelijk lichaam, gevoelens, bewustzijn en de geestobjecten. 
Horen is automatisch mind-object. Waarom? We zijn niet vrij. 
Iedere keer als je hoort ontstaat er voorkeur of afkeer, of minstens een vorm van irritatie of beïnvloeding. 
Alles komt je bewustzijn beïnvloeden. Het beïnvloedt je geest, daarom noemen we het geestes-object of mind-object. 
Alles wat je geest, je mind beïnvloedt noemen we mind-object. 
Deze vierde van de grondslagen van de Vipassana-meditatie noemen we dhamma-vipassana. 
Dit zijn de natuurlijke verschijnselen van het bewustzijn, die in contact komen met buiten en binnen en je beïnvloeden. 
Dus als je geluid hoort en een notitie maakt, kan dat je helpen om niet verstoord te worden. 
Sommige mensen hebben veel last van geluid. 
Probeer in praktijk te brengen wat ik zeg, dat zal je goed doen. 
Mocht je het object missen of jezelf inlaten met horen dan krijg je problemen en ben je onvrij.

Ruiken. 
Je behandelt de reuk op dezelfde manier als het horen: “ruiken, ruiken”.
Als je 't prettig vindt merk je op “prettig, prettig”, of als je het niet prettig vindt “onprettig”. 
Als je de slechte geur van je buurman ruikt, zweet of wat ook, 
dan noteer je “ruiken” of “onprettig” en je voorkomt irritatie met je buurman.

Proeven. 
Elke dag hebben we voeding nodig. 
Je tong gebruik je elke dag. Door het contact van het voedsel met de tong ontstaat het proeven. 
Je noteert “proeven”, of als je 't lekker vindt “aangenaam”, “lekker”. 
Dit doe je op tijd, de hele tijd. Je moet vlug zijn met noteren: “proeven, proeven”, anders ben je te laat.
Is dit het geval dan neem je de tweede kans waar en noteer je “heerlijk”, “lekker”.
Je bent een beetje te laat, maar niet te laat.

Lichaam. 
Soms voel je koud of warm, hard of zacht. Dat is lichaamscontact. 
Als je bijvoorbeeld gaat zitten op je kussen en je vindt dit prettig, dan moet je dit noteren.
Het is niet toegestaan dit prettig te vinden. Dan komt de vraag op: wat nu, mag ik nergens meer van genieten?
Wat is dat voor leven? Je moet opgeven. Je moet je voorkeuren opgeven. Waarom? Je onderhandelt voor vrijheid. 
Als je er te veel in opgaat word je beïnvloed, en als je langer zit wordt het zitten onprettig. 
Hetzelfde kussen verandert van zacht in hard en zie hier: de afkeer komt op. 
Je hebt geen zin meer om te blijven zitten. Je noteert “hard, hard”. Dit is fysiek contact.
Als je het onprettig vindt, kom je bij mentaal contact: “onprettig”. Je geest heeft afkeer, je geest wendt zich af. 
Aangenaam en onaangenaam is een ander object dan hard en zacht.
De ervaring van hard en zacht hoort bij 't lichaamscontact. 
Aangenaam en onaangenaam hoort bij mind-object, niet bij 't contact zelf.

Geest. 
Je geest heeft niet alleen deel aan fysiek contact. 
Er is perceptie: je herinnert je iets, daarna maak je je zorgen, je hebt voorkeur, je wilt iets hebben. 
Dit is een voorbeeld van een denkbaar object (denken) je denkt over iets, waardoor voorkeur of afkeer ontstaat.
Vergelijk fysiek object: hard en zacht groeit naar mentaal object: voorkeur en afkeer. 
Als je je gedachten tijdig opmerkt, is er geen tijd om voorkeur en afkeer te laten groeien.
Als je niet vlug bent met het noteren, dan veranderen je gedachten in aangenaam en onaangenaam, in voorkeur en afkeer.

Verschil tussen bewustzijn en conditionering. 
Herinneren is bewustzijn, is denken. Je herinnert je bepaalde dingen, dit is een gedachte. 
Wanneer je noteert is er geen gedachte. Opmerkzaamheid kan niet samengaan met het object. 
Als je de zuivering van discipline, 
de zuivering van geest, 
en de zuivering van twijfel beoefent
dan ben je op tijd met het benoemen van je gedachten.
Zuivering van discipline vindt plaats door het bewaken van de zintuigen. 
Zuivering van de geest vindt plaats door momentane concentratie. 
Zuivering van de twijfel vindt plaats door het loslaten van de vragen. 
De vraag ,”wat?'' verwijst naar twijfel in deze context. 
De pure discipline, de pure geest heeft geen vragen meer naar wat. 
Als er geen vraag naar wat is, is er geen twijfel meer. 
Bijvoorbeeld je herkent de gedachte, je herinnert je iets, maar je noteert meteen “denken”, of “herinnering”. 
Op deze manier wordt de herinnering voortijdig beëindigd. Het kind kan niet komen. 
De gedachte komt eraan, je noteert en de geboorte wordt voorkomen. 
Je doet aan anticonceptie. Niets kan gebeuren. 
Als je geen anticonceptie toepast heb je steevast een last te dragen. 
Natuurlijk vindt je het fijn om kinderen te hebben, maar het is ook een last.
In de Vipassana-meditatie pas je anticonceptie toe door de verschillende zuiveringen: van discipline, van geest en van twijfel. 
Je bent daardoor veilig, je hebt geen last te dragen; je hoeft niet voor het kind te zorgen.
In deze context betekent dit karma. 
Ieder moment vermeerderen we ons karma en karma komt ons achterna. 
Het goede conditioneert ons, het slechte conditioneert ons ook. 
We zijn niet vrij. De reden is dat we veel dingen gedaan hebben in vorige levens of in dit leven.
Je daden volgen je, zijn een last voor je, ze komen op in je geest, 
je wordt je ervan bewust en je moet er aandacht aan besteden. 
Als je anticonceptie kunt toepassen d.m.v. het bewaken van de zintuigen, 
met momentane concentratie en geen gevraag meer naar “wat”, ben je vrij. 
Je hebt geen tijd om te denken tijdens de Vipassana-meditatie.
Je hebt geen tijd om je iets af te vragen, zelfs niet over wat ik nu zeg. 
Zeggen hier, de woorden hier, is niet hetzelfde als het praktiseren daar. Mijn woord is niet jouw beleving. 
Het verschil is het aanraken van de spiegel of het aanraken van je eigen gezicht. 
Je gezicht in de spiegel is niet echt, het is illusie. Je voelt niets als je de spiegel aanraakt. 
Je moet je eigen gezicht aanraken. Mijn woorden helpen je om te reflecteren op je eigen meditatie-ervaringen. 
Als je de illusie van het zintuigcontact volgt, brengt dit je naar buiten, buiten is niet reëel. 
Het is niet jou, het doet je hechten. Zoals met de spiegel, je ziet en je moet wat: mooi gezicht, lelijk gezicht, voorkeur, afkeer. 
Je wordt weer geduwd. Je bent niet vrij. 
Het beoefenen van Vipassana is de weg om tot vrijheid te komen, 
vrijheid te ervaren en vrijheid te begrijpen, door discipline, concentratie en wijsheid. 
Zonder deze drie is er geen echte vrijheid.
Ik hoor mensen zeggen: ik heb een rommelig leven, maar ik ben vrij, ik doe wat ik wil. 
Maar op 't einde hebben ze meer problemen dan wie ook. 
Dit soort vrijheid is geen vrijheid. 
De echte vrijheid komt enkel door wat wij nu doen: het praktiseren van sila, samadhi en pañña. 
Waar kun je dat beoefenen? 
Op de zes zintuigen. 
Je hoeft 't niet te maken, je hoeft er ook niet naar te zoeken, 
het is van jou, het is in jou de hele tijd. Daarom zeggen we: Vipassana is voor mensen.

Indriya 
De zintuigen moeten voldoende kracht hebben en wel de kracht om 't contact te ontvangen. 
Als een van de zintuigen niet, of niet voldoende werkt wordt het moeilijk om Vipassana succesvol te beoefenen.
Als je doof bent kun je niet horen, dan kun je enkel concentratie beoefenen, 
want een van de sila's is niet gezuiverd in ons leven. 
In ons leven groeit karma met ons. 
In het Engels noemen ze onzuiverheid (kilesa, asava) ,,canker''. Dit is te vergelijken met ziekte. 
Het groeit door de zes zintuigen. Door horen, zien, ruiken, proeven, fysiek contact en mentaal contact. 
Zo groeit ons karma. 
We kunnen het verminderen door de zintuigen te bewaken.
't Komt binnen door het oor, het gaat eruit door het oor. 
Door dezelfde deur waardoor karma binnenkomt, moet het ook gezuiverd worden. 
't Gaat eruit door de verschillende faculteiten/afdelingen. 
Wij zijn als een universiteit met zes afdelingen. 
We kunnen op zes afdelingen leren. 
Verlichting betekent dat je alle zes afdelingen hebt doorlopen. 
We studeren drie zaken: sila, samadhi en pañña. 
Deze hoef je enkel maar te zuiveren. 
Vervolgens leer je zonder een diploma te krijgen. 
Je diplomeert jezelf als je zeer goed bent in het opmerken van horen, zien, ruiken, proeven enz. 

In de satipatthana-sutta staat dat je in 12 uur verlicht kunt zijn. 
Je moet de hele tijd op tijd zijn. 
De weg naar verlichting betreft altijd terugkomen bij lichaam, gevoelens, denken en conditioneringen. 
Als je de discipline kunt blijven houden volgt de verlichting. 
Discipline leidt tot geluk. 
Discipline leidt tot verkrijgen van bezit, zowel werelds als geestelijk. 
Discipline leidt tot nibbana (eeuwig geluk). 
Bij alles wat je doet heb je discipline nodig. Onderschat dit niet. 
Denk niet dat discipline slecht is. Het is slecht voor je ego, 
maar niet voor je spirituele ontwikkeling, persoonlijk geluk en verlichting. 

Accepteren we dat er een universele natuurwet bestaat (dharma). 
Kunnen we deze wet zien in de wereld om ons heen:

alle levende wezens hebben te maken
met dag en nacht,
de seizoenen
cyclus van geboorte, leven en dood.

Wetenschappers proberen nog andere patronen in het universum te ontdekken. 
We kunnen ook een wet van oorzaak en gevolg zien (karma),

die wordt aangedreven door de acties van ons lichaam,
onze gesproken woorden
onze geest

Al deze dingen accepteren we op intellectueel nivo,
emotioneel of devotioneel nivo, 
omdat ze overeenstemmen met onze kijk op de wereld. 
Maar het praktische nut hiervan is beperkt, 
omdat het ons niet kan bevrijden van haat, angst, woede, passie, 
en andere onzuiverheden die voorkomen in de diepte van onze geest,
die ons in ons dagelijks leven continu overvallen. 
We hebben een manier nodig om direct toegang te krijgen tot de natuurwet (dharma), 
die binnen in ons en buiten ons werkzaam is. 
We moeten wijsheid ontwikkelen die op de persoonlijke ervaring 
van onze eigen innerlijke realiteit is gebaseerd. 
Vipassana is een techniek die we voor dat doel kunnen gebruiken. 
Samenvatting: De acceptatie dat er een natuurwet is, 
die binnen en buiten ons werkt, leidt niet tot bevrijding. 
We moeten die natuurwet zelf rechtstreeks kunnen ervaren.

Het is een logisch proces van mentale reiniging,
dat geleidelijk leidt tot volledige verlichting. 
Het is een praktische manier om innerlijke rust te krijgen 
en een gelukkig en nuttig leven te leiden. 
De meditatie moedigt mensen niet aan om zich uit de maatschappij terug te trekken, 
maar maakt hen sterker om alle ups en downs van het leven rustig en evenwichtig onder ogen te zien. 
De benadering kan worden samengevat als volgt:

a) het slechte nalaten,
b) het goede in praktijk brengen
c) de geest zuiveren.
Dat zijn simpele doelen, maar die zijn erg moeilijk om in praktijk te brengen. 
Samenvatting: Als je jezelf zo goed mogelijk observeert zoals je werkelijk bent,
ben je jezelf aan het reinigen. Dat leidt tot innerlijke rust, evenwicht, en kracht.

Het trainen van de geest

Het trainen gebeurt in drie stappen. 
1° Alle activiteiten die schade veroorzaken zoveel mogelijk achterwege gelaten. 
Het gaat daarbij om de volgende morele gedragsregels:

niet doden,
niet stelen,
geen sexueel wangedrag,
niet verkeerd spreken,
geen drugs. 
Met deze gedragsregels kan de geest voldoende rustig worden om verder te gaan. 

2° wordt Anapana Meditatie beoefend, waarbij de aandacht op de adem is gericht. 
Dit helpt om controle over de chaotische geest te krijgen. 
Deze eerste twee stappen 
"goed" leven en "de geest beheersen"
zijn nodig en erg heilzaam. 
Maar ze zijn onvolledig tenzij je

3°: de geest reinigen van negativiteit. 
Dit gebeurt door het beoefenen van Vipassana: 
je dringt door in je gehele lichamelijke en geestelijke struktuur met helder inzicht. 

Samenvatting: Je traint je geest door
(a) gedragsregels,
(b) concentratie, en
(c) reiniging.


Het valse Ego

De menselijke ervaring is meestal geplaatst vanuit een begripskader dat we eenvoudig kunnen aanduiden met het IK of EGO. 
We bezien de wereld om ons heen vanuit dit ik en nemen aan dat dit de werkelijkheid is. 
Het instandhouden van dit ik is een existentieel gegeven in ons leven. 
Hoe zouden we zonder deze individualiteit kunnen ? 
Al onze positieve en negatieve ervaring is een ervaring van het ik met de buitenwereld. 
Het sterven van dit ik wordt als bedreigend ervaren omdat er dan slechts een leegte overblijft. 
Als mensen zijn we bang voor de dood.
Het overleven van ons zelf is een strijd om het in stand houden van ons ik.
Alleen , welk ik willen we in stand houden ? 
Het ik van onze illusies of een dieper zelf dat meer ingebed is in relaties met anderen ?
Onze problemen zijn een aantasting van het beeld wat we hebben gevormd over ons zelf sinds onze prilste jeugd.
Problemen zijn bedreigend en dienen afgewend te worden of ontkent. 
Daarentegen zijn positieve ervaringen meestal een verrijking en versterking 
van het persoonlijk welbevinden en dus een bevestiging van het ik. 
Wie naar zijn ervaringen in het leven kijkt op deze manier is alleen bezig 
om de illusie van een zelfstandig bestaand ik in stand te houden. 
Er is geen werkelijke zelfstandigheid. 
Een mens functioneert altijd in een web van afhankelijke relaties.
In die zin is alle werkelijkheid relatief. 
Toch zijn we vaak geheel gefocust op ons persoonlijk probleem en zien we niet een grotere ruimte
die ons meer perspectief kan geven en innerlijke rust.
"Laat toch los dat probleem ! " hoor je vaak als advies. 
Loslaten is de kern van genezing. 
Maar wie zijn negatieve ervaringen kan loslaten
verliest daarmee ook een stukje negatief ik waaraan hij misschien ook wel erg gehecht was !
Het excuus verdwijnt en een nieuwe uitdaging verschijnt

  • Welke mechanismen of systemen kent onze geest om een ik op te bouwen en in stand te houden ? 
    Het zijn er vijf in de boeddhistische psychologie. 
    Men noemt ze in het Sanskriet "skandha's" ofwel ophopingingen van de geest .
    Ik wil ze graag een voor een bespreken maar op een open en bevragende manier zodat u uw eigen invulling leert zien.

    1 Het materieel systeem dat de vijf zintuigen en hun objecten vertegenwoordigt

    Uw vijf zintuigen nemen de buitenwereld waar en u vertrouwt erop dat deze waarnemening de werkelijkheid getrouw weergeeft. 
    Zijn uw zintuigen wel betrouwbaar ? Hoe worden ze beinvloed door andere factoren? 
    Als u uw zintuigen werkelijk beschouwt zult u ontdekken dat wat we als werkelijkheid beschouwen in feite leeg is aan inherent bestaan. 
    Alles wat we waarnemen is de keten van afhankelijkheidrelaties van de verschijnselen 
    en een verschijnsel heeft geen duurzaamheid in zichzelf. 
    Toch scheppen we onze eigen wereld om ons heen en verliezen zo het oerinzicht in de niet-dualistische werkelijkheid. 
    We hebben niet meer in gaten dat de door onze zintuigen geschapen beelden 
    slechts producten zijn van onze geestelijke verbeelding. 
    Als u uw zintuigen zou kunnen uit zetten ,zou de wereld er dan nog zijn ? 
    We maken een scheiding tussen ons zelf en de wereld erbuiten. We scheppen dualiteit.

    2 Het gevoelssysteem dat de gevoelens van genot en pijn in het hele lichaam bevat

    Met uw gevoel werpt u een scheiding op tussen uw binnenwereld en de buitenwereld. 
    Doet u wel eens dingen die niet stroken met uw gevoel ? Hoe voelt dat ? 
    Voelt u zich alleen veilig binnen dat kader dat strookt met uw gevoel ? 
    Of durft u buiten u zelf te treden en uw projecties los te laten ? 
    Het probleem is wellicht dat we denken IN de wereld te leven maar niet zien dat we er een deel van zijn. 
    Alleen in momenten van extase of een of andere piekervaring laten we los en stopt het proces 
    van voortdurende gedachtenprojectie dat ons bindt aan ons lijden en gevoel van onvoldaanheid.

    3.Het ideeën systeem dat de ideeën en begrippen bevat die de geest bevolken

    Hebt u ook zo 'n perfect zelfbeeld dat u verwart met uw ware ik ? 
    Alle waarnemingen die we voortdurend doen manipuleren we in positieve en negatieve ervaring. 
    Dat wat ons niet aanstaat is een bedreiging voor ons ik en stoppen we weg, dat wat ons ik bevestigt versterken we .
    Hoe voelt u zich als u wordt aangevallen ? Hoe gaat u om met kritiek ? 
    Er zijn drie houdingen die u kunt aannemen als waarnemingen of impulsen uw geest binnenkomen : 
    een onverschillige houding ,
    een hartstochtelijke houding of 
    een agressieve houding. 
    Met onverschilligheid wilt u zich wapenen tegen de pijnlijke situaties of de hardheid van het bestaan. 
    Maar niet onze gevoeligheid maakt ons kwetsbaar maar onze houding ten opzichte van die gevoeligheid. 
    Het gaat er eigenlijk niet om wat we meemaken maar hoe we het verwerken. 
    Als we niet tevreden zijn in het leven zullen we het gemis proberen te compenseren. 
    Op uiterst subtiele wijze raken we er door gefascineerd in een positieve of negatieve zin. 
    Als we positief reageren is onze reactie vaak affectie.
    We maken iemand of iets tot een soort verlengstuk van ons eigen ik.
    Bent u ook zo gek op uw professionaliteit , op uw kennis en status ? 
    Wie bevestigt u en hoe voelt dat ? Hoe hartstochtelijk houdt u hieraan vast ? 

    Reageren we negatief dan zijn we vaak agressief 
    want we willen een gemis compenseren en bestrijden alles en iedereen die ons streven in de weg staat.
    Iedereen die het object van onze begeerte wil afnemen of die onszelf of dit object van begeerte 
    op welke wijze dan ook bedreigt zullen we bestrijden. 
    Hoe meer we ons bedreigd voelen hoe wanhopiger onze reactie wordt en naarmate onze angst toeneemt 
    worden we steeds agressiever. 
    Wat verdedigt u eigenlijk ?

    4 Het emotioneel systeem dat de wolk van emoties is waarin je je rondwentelt

    Onze geest neemt subjectief waar en we interpreteren alle waarnemingen , ervaringen en processen. 
    We scheppen voortdurend orde in onze geest door alles te benoemen en te categoriseren. 
    Met ons intellect benoemen we elke gebeurtenis en elk bewustzijnsobject . 
    Eigenlijk maken we alles tot een begrip. 
    Door zo begripsmatig te denken omgeven we ons zelf met een scherm van vermeende zekerheden .
    Wat weet u nou zeker ? 
    Al die ideeen en voorstellingen zijn onze rationele burcht van waaruit we het leven tegemoet treden. 
    Wie hieraan vasthoudt mist de aansluiting met de realiteit van het hier en nu. 
    Uw ik zal niet meer ontmaskerd kunnen worden omdat u geen moeite meer doet 
    om de werkelijkheid onbevangen te zien zoals hij is. 
    Door van waarnemingen en gevoelens begrippen te maken kunnen we ze gemakkelijk manipuleren , 
    ze hebben immers min of meer gestalte gekregen in de vorm van vaste begrippen.
    We houden hierdoor ons zelfbeeld niet alleen overeind maar versterken het ook.

    5 Het systeem van bewustzijn dat ons behoedt voor een val 
    in het niets door bovenstaande systemen te coördineren

    Ons bewustzijn is de grote coordinator van alle instinctieve en intellectuele processen 
    die de componenten en het verdedigingsmechanisme van het ik vormen . 
    Deze verdediging is waterdicht en verloopt als volgt : 
    Het bewustzijn drukt zich uit in emoties en gedachtepatronen.
    De waarheid van het niet bestaan van ons ik wordt voortdurend versluierd door 
    onze fundamentele zijnsangsten te verdringen naar de schuilhoeken van het onbewuste.
    We zijn bang om ons zelf te verliezen in een vormloos Al , in het niets. 
    We kunnen de angst voor vrijheid , voor de opheffing van alle ruimtelijke beperkingen , 
    voor het transcendente , het ongevormde en het ongrijpbare niet aan.
    We zij bang voor onze ware natuur die een is met het absolute. 
    We zijn bang voor het niet-bestaan. 
    Eigenlijk zijn we bang voor het feit dat niets bestaat behalve in een relatie van subject tot object.

    Vanwege deze angst probeert ieder mens "de zekerheid dat we als een zelfstandig ik-persoon bestaan"
    kost wat kost in stand te houden. Bent u bang voor de dood? 
    Het systeem van bewustzijn hanteert eerst ontkenningsvormen voor de werkelijkheid middels de vijf zintuigen (1). 
    Daarna manipuleert het gevoelssyteem de gevoelens (2) en
    worden alle waarnemingen geïnterpreteerd door het ideeënsysteem (3) 
    waarna met behulp van begripsmatig denken in het emotioneel systeem (4) 
    en de coördinerende werking van het bewustzijnssysteem (5) 
    het valse ik tot stand komt.

.

De beoefening van inzichtsmeditatie

Het basisprincipe van inzichtsmeditatie

Vipassana- of inzichtsmeditatie is een techniek die haar oorsprong vindt in het boeddhisme 
zoals dat tegenwoordig in Zuidoost-Azië beoefend wordt. 
Het is een meditatievorm, waarbij methodisch gezien het ontwikkelen 
van opmerkzaamheid centraal staat en waarbij je kunt leren om op een directe
en ongekleurde manier ervaringen in jezelf te observeren. 
Hierdoor kan een helder en bevrijdend inzicht ontstaan dat je leert hoe je als mens in elkaar zit 
en hoe je op een vaardige(r) manier om kunt gaan met de wisselvalligheden in het leven.
Door middel van het beoefenen van inzichtmeditatie kun je je bewust worden van 
(in het dagelijkse leven vaak onbewuste of slechts oppervlakkig bewuste) 
mentale en fysieke verschijnselen in jezelf. 
Het is een proces van thuis komen bij wat zich in het hier-en-nu in of aan je voordoet, 
een bewustwordingsproces met als doel het realiseren van helderheid,
zuiverheid van geest en bevrijdend inzicht. 
Het maakt daarbij niet uit welke levensovertuiging je aanhangt. 
Het is vooral belangrijk dat je op een open en eerlijke manier je eigen leven gaat bestuderen,
zonder uit te gaan van vooronderstellingen of ideeën.
Dit bestuderen gebeurt niet op een intellectuele manier,
maar door zorgvuldig waar te nemen wat zich van moment tot moment in of aan je voordoet 
en dit tegelijkertijd te benoemen of te registreren, 
zonder dat je daarbij hoeft over te gaan tot het analyseren, 
reflecteren of (ver)oordelen van wat waargenomen wordt.


Hieronder volgen praktische adviezen met betrekking tot het beoefenen 
van zit-, loop-, buig- en ligmeditatie.
Ter ondersteuning zijn tekeningen bijgevoegd met mogelijke zit- en lighoudingen
en illustraties voor de loopmeditatie en de buigoefening. 
Het hoofdstuk wordt afgerond met enkele adviezen met betrekking tot meditatie in het dagelijkse leven.

Oefening: zitmeditatie

'Allereerst is het belangrijk om een houding aan te nemen, waarbij je gemakkelijk en ontspannen een langere tijd stil kunt zitten.
Een zitkussen kan daarbij een goede hulp zijn. 
Je kunt er één onder je billen schuiven en eventueel ook één (of meer) onder je knieën, 
zodat je stevig en gemakkelijk rechtop kunt zitten. 
Zorg ervoor dat de buik niet door een al te strakke riem wordt afgekneld.
De handen kun je tezamen in de schoot of op de beide dijbenen leggen. 
De rug behoort recht te zijn, maar niet op een gespannen manier.
De ogen kun je sluiten. 
Als je moeite hebt om met gekruiste benen te zitten , dan is het ook mogelijk om op een bankje te zitten.
Als je ouder bent of als je specifieke lichamelijke klachten hebt,
dan is het ten slotte ook altijd mogelijk om op een stoel te zitten.

Telkens als je je nu bewust wordt van (mentaal) zien of van horen, ruiken, proeven, (aan)raken, denken of een (plezierig of onplezierig) lichamelijk of mentaal gevoel, dan is het de bedoeling deze gewaarwording te benoemen of te registreren, zonder verder op de inhoud van het verschijnsel in te gaan, terwijl je het ook niet onderdrukt, weg kijkt of ontvlucht. Je behoort dus niet te manipuleren en je hoeft niet te proberen ervaringen te veranderen. Of je je nu rustig of gespannen voelt, gelukkig of verdrietig, pijn ervaart of gemakkelijk zit, in principe maakt dit niet uit; het is prima zoals je je op dit moment voelt. Je hoeft hier niets aan te veranderen. 
Het is vooral belangrijk zo objectief mogelijk te benoemen of te registreren wat zich aandient, één object tegelijk, namelijk steeds weer datgene dat zich op het moment op een duidelijke en gemakkelijk waarneembare manier aan je voordoet. 
Dat kan van alles zijn: horen, zien, denken, voelen, enzovoort. Om echter op een gemakkelijke manier opmerkzaamheid te kunnen ontwikkelen is het nuttig één object als uitgangspunt of basis te beschouwen. In deze meditatietechniek is dat het rijzen en dalen van de buik.

Met het in- en uitademen gaat de (onder)buik op en neer, twee bewegingen die gemakkelijk waarneembaar zijn. Je zult opmerken dat de buik rijst of uitzet als je inademt en weer daalt of valt als je uitademt. Je kunt je bewust zijn van deze bewegingen. 
Om meer precisie in je observatievermogen te ontwikkelen en om een kleine objectieve afstand te bewaren tot hetgeen je observeert, is het innerlijk benoemen of registreren van deze bewegingen een waardevol hulpmiddel. Het rijzen van de buik kan innerlijk of mentaal worden benoemd als 'rijzen', het dalen als 'dalen'. Als de bewegingen niet duidelijk waarneembaar zijn kun je de palm van de linker- of rechterhand een korte tijd op de buik leggen.

Verander in geen geval de manier van ademen! Maak de adem niet langzamer, sneller of dieper dan dat ze uit zichzelf gaat. Adem op een natuurlijke manier en benoem het rijzen en dalen van de buik zoals deze processen vanzelf plaatsvinden. Benoem in gedachte, niet hardop. 
In vipassana-meditatie maakt het niet uit met welk woord of in welke taal je benoemt. Het meest belangrijke is het kennen of waarnemen van het object. Het benoemen of registreren van wat waargenomen wordt is een ondersteuning in het observeren, een hulpmiddel dat gezien kan worden als een zachte fluister op de achtergrond. Terwijl je je bewust bent van (het begin tot het einde van) het rijzen en dalen van de buik, benoem of registreer je deze bewegingen dus gelijktijdig en overeenkomstig. Benoem elke beweging op zo'n manier dat dit parallel loopt met het bewust zijn van de beweging. Het bewust zijn en het benoemen of registreren behoren synchroon te lopen of samen te vallen, net als een geworpen steen die een doel raakt. Het je bewust zijn en benoemen of registreren van de op- en neergaande bewegingen van de buik is een aspect van wat in het Satipatthana sutta kayanupassana wordt genoemd: opmerkzaamheid met betrekking tot het lichaam.

Als je langere tijd hebt zitten mediteren kunnen gevoelens van ongemak of stijfheid in je lichaam ontstaan. Op momenten dat dit soort gevoelens duidelijk naar voren treden kun je deze als nieuw meditatie-object beschouwen en ze benoemen, precies op het moment dat ze duidelijk waarneembaar zijn. Hetzelfde geldt voor gevoelens van pijn, jeuk, moeheid, lichamelijke zwaarte of lichtheid, gemak of ontspanning, warmte of kou. Ook hierbij geldt dat je niet hoeft te proberen om het gevoel kwijt te raken of weg te kijken, terwijl je ook niet de aandacht er nog eens specifiek op hoeft te gaan richten. Je hoeft je er alleen maar bewust van te zijn en het te benoemen of te registreren zoals het herkend wordt. Dit doe je zolang het gevoel zich vanzelf aandient en duidelijk waarneembaar is, zonder te manipuleren of te sturen met de aandacht. Verdwijnt het gevoel naar de achtergrond of lost het vanzelf op, dan kun je je weer bewust zijn van het rijzen en dalen van de buik en deze processen benoemen of registreren. Blijft het gevoel aanwezig, ga dan door met het registeren ervan, zolang het zich duidelijk blijft manifesteren. Als het gevoel echter ondraaglijk wordt, dan hoef je niet krampachtig stil te blijven zitten. Je kunt dan rustig op een langzame manier van houding veranderen en hierbij steeds doorgaan met het waarnemen en benoemen van wat er gebeurt. Op een dergelijke manier omgaan met lichamelijke gewaarwordingen is een aspect van wat in het Pali vedananupassana wordt genoemd: opmerkzaamheid met betrekking tot gevoelens.

De geest dwaalt misschien af tijdens het observeren en benoemen van de bewegingen van de buik. Als je je hier bewust van wordt, dan behoor je dit ook op te merken. Soms is het zo dat een gedachte direct stopt, op het moment dat deze herkend wordt. Dan hoef je er verder niets meer mee te doen, ze is dan immers alweer verdwenen. Je kunt dan weer het volgende object registreren dat zich aandient. Als de gedachte echter nog daar is op het moment van herkenning, dan behoor je deze op te merken of te registreren. Als de gedachte zich voordoet als dwalen, benoem je dit als 'dwalen', 'dwalen', 'dwalen'. Als dit één, twee of drie keer benoemd is en de geest vanzelf ophoudt met dwalen, dan keer je terug naar het weet hebben en benoemen van het rijzen en dalen van de buik. Als je ergens aan terugdenkt dan benoem je dit als 'terugdenken', 'terugdenken', 'terugdenken' of als 'herinneren', 'herinneren', 'herinneren'. Als je in gedachten iemand ontmoet dan benoem je dit als 'ontmoeten', 'ontmoeten', als je in de geest met iemand praat merk je dit op als 'praten', 'praten', enzovoort.

Kortom: wat voor gedachte of overpeinzing ook plaatsvindt, op het moment dat ze herkend wordt kan zij beschouwd worden als meditatieobject en benoemd of geregistreerd worden, zoals ze herkend wordt. Hou je niet te lang bezig met hoe je de gedachte benoemen zult; vooral belangrijk is de herkenning ervan en het eerste het beste woord of etiket dat je invalt is voldoende. Als je een gedachte dus als fantasie herkent, benoem je dat als 'fantaseren'. Als je denkt, 'denken'. Als je plannen maakt, 'plannen maken'. Als je iets beoordeelt, 'oordelen'. Als je piekert, 'piekeren', enzovoort. 
Normaal gesproken benoem of registreer je de gedachte enkele keren en je bent je dan weer bewust van het rijzen en dalen van de buik (of iets anders wat op dat moment misschien duidelijk op de voorgrond treedt). Als de gedachte echter blijft kleven en niet verdwijnt, dan behoor je door te gaan met het benoemen ervan, zolang ze duidelijk aanwezig is en aandacht blijft vragen.

Omdat we ons dikwijls niet bewust zijn, of er niet in slagen deze bewustzijnsactiviteiten te registreren, neigen we ertoe ons te identificeren of te vereenzelvigen met deze activiteiten. We neigen ertoe te denken dat er een 'ik' is die fantaseert, denkt, oordeelt, plannen maakt, kent of waarneemt. We denken dat er een persoon is die van kinds af aan heeft geleefd en gedacht, terwijl er in de werkelijkheid alleen maar deze voortgaande en elkaar opvolgende geestesactiviteiten plaatsvinden. Hoe meer we ons vereenzelvigen met ervaringen (posities, dingen en mensen), des te zwaarder worden de problemen of ballast we met ons meedragen. Als deze ervaringen immers verdwijnen, weggaan of verloren raken, krijgen we een gevoel van missen, angst of boosheid door de gehechtheid en identificatie ermee. Daarom is het aan te raden elke cognitieve activiteit te benoemen of te registreren op het moment dat ze duidelijk herkend wordt. Het is een medicijn tegen de universeel menselijke ziekte of het probleem van gehechtheid en identificatie, of - in het geval de gedachte als onplezierig ervaren wordt - het probleem van weerstand en conflict.

Belangrijk om te vermelden is dat je je niet bezig hoeft te houden met de inhoud van de gedachte. Je hoeft bijvoorbeeld niet te weten waarom je denkt of waar, wanneer en met wie een herinnerde gebeurtenis plaatsvond. Aan de andere kant hoef je ook niet te proberen de gedachte kwijt te raken of haar 'weg te benoemen'. Het is voldoende om de gedachte eenvoudigweg als verschijnsel waar te nemen en te registreren, zolang zij duidelijk aanwezig is, zonder erop in te gaan of te proberen haar stop te zetten. Als de gedachte vanzelf verdwenen of opgelost is kun je weer terugkeren naar het weet hebben en benoemen van het rijzen en dalen van de buik. 
Het observeren en registreren van al deze geestesactiviteiten is een aspect van cittanupassana: opmerkzaamheid met betrekking tot gedachten en het bewustzijn.

In principe hoef je tijdens het observeren en benoemen of registreren van het rijzen en dalen van de buik niet te zoeken naar andere ervaringen of objecten. Het kan echter gebeuren dat een geluid zich vanzelf duidelijk aan je opdringt en je aandacht in beslag neemt. Op zo'n moment hoef je dat niet als een verstoring te beschouwen, maar kun je dat als nieuw meditatieobject gaan observeren en benoemen als 'horen', 'horen', 'horen', zolang het geluid zich duidelijk aan je voordoet. Of zie je beelden met gesloten ogen, dan kun je het (mentale) zien benoemen, zolang dit duidelijk herkenbaar is. 
Je hoeft het geluid of het beeld dat je ziet niet te beschouwen als een verstoring maar als een nieuw meditatieobject, even waardevol als het rijzen, dalen, fysieke gevoelens of gedachten. Daarnaast hoef je je niet te bekommeren om de inhoud van wat je ziet of hoort noch hoef je te proberen het geluid of het beeld 'weg te kijken'. Soms herken je echter een geluid of een beeld en interpreteer je het als 'trein', 'auto', 'buurman', 'boom', en dergelijke. Op zulke momenten kun je dit benoemen als 'interpreteren' of als 'herkennen'; anders kun je gewoon het zien, horen, ruiken of raken opmerken.

Naast dit soort zintuiglijke ervaringen zijn er nog allerlei andere ervaringen die je tijdens het mediteren kunt hebben, zoals bijvoorbeeld momenten van ongeduld of irritatie met betrekking tot pijn, gedachten of het stil zitten. Of momenten van genieten, verlangen, twijfel, onzekerheid, slaperigheid, bezorgdheid of rusteloosheid. Op het moment dat een dergelijke reactie of emotie in je opkomt hoef je ook deze niet te beoordelen als verstoring. Je kunt de emotionele reactie integreren in het meditatieproces en haar eenvoudigweg opmerken of benoemen op het moment dat het zich duidelijk voordoet, als 'ongeduld', 'ongeduld', 'genieten', 'genieten', 'onzeker', 'onzeker', enzovoort. Het is goed om te beseffen dat dit soort ervaringen als meditatieobject even waardevol zijn als bijvoorbeeld het rijzen en dalen van de buik, het horen van een geluid, een fysiek gevoel of een gedachte.

Misschien dat andere emotionele gevoelens op de voorgrond komen, zoals gevoelens van geluk, blijdschap, verrukking, kalmte, verdriet, frustratie, teleurstelling, schuldgevoel, verveling, vertrouwen of gemotiveerdheid. Je hoeft dergelijke emoties alleen maar waar te nemen en te benoemen of te registreren, zoals en zolang ze duidelijk herkenbaar zijn, als bijvoorbeeld 'gelukkig', 'gelukkig', 'verdrietig', 'verdrietig' of 'kalmte', 'kalmte', al naargelang de aard van de emoties. Verder hoef je er niets mee te doen. Het benoemen of registreren van deze laatste en vierde categorie wordt ook wel dhammanupassana genoemd, oftewel opmerkzaamheid met betrekking tot mentale en fysieke verschijnselen in het algemeen en in het bijzonder met betrekking tot de verschijnselen die je naast de eerste drie categorieën kunt tegenkomen tijdens het mediteren.

Kort samenvattend kan gezegd worden dat je steeds weer bezig bent met het observeren en benoemen of registreren wat zich in lichaam en geest afspeelt. Zonder voorkeur of afkeer neem je waar en registreer je wat op het moment duidelijk herkenbaar op de voorgrond is of treedt. Het maakt in principe niet uit wat de aard van het object is. Of het een gedachte, een lichamelijk gevoel, een geluid, een (plezierige of onplezierige) emotie of het rijzen en dalen van de buik is, al deze ervaringen zijn gelijkwaardig en kunnen als meditatieobject beschouwd worden op het moment dat ze zich duidelijk aan je voordoen: één tegelijk, namelijk steeds weer precies datgene wat op het moment prominent is. In die zin is opmerkzaamheid een flexibele kwaliteit van geest en kan van moment tot moment een andere ervaring als object hebben. 
Neem echter niet te veel hooi op de vork. Je hoeft bijvoorbeeld niet te proberen om ervaringen vast te houden of juist kwijt te raken. Ook hoef je niet (krampachtig) te proberen om alles te benoemen of om iets te registreren, wat al weer verdwenen of niet duidelijk herkenbaar is. 
Houd het eenvoudig. Het is voldoende om je te beperken tot wat zich in het hier-en-nu duidelijk aan je voordoet of herkenbaar is. Je hoeft niet eens te zoeken, de objecten dienen zich vanzelf wel aan. Je zit ontspannen rechtop en observeert en registreert eenvoudigweg wat op het moment duidelijk op de voorgrond treedt en waargenomen kan worden, zonder in te grijpen in het proces.

Je hoeft niets duidelijker te maken, vast proberen te grijpen of vast te houden, weg te kijken of te verdringen. Neem een mentale of fysieke ervaring louter en alleen waar en registreer deze zoals ze zich vanzelf presenteert en zolang zij op de voorgrond is. Maak ook geen zware verplichting van het benoemen of registreren. Het is een oefening die gaandeweg steeds vertrouwder zal worden en vloeiender zal gaan verlopen. Het in contact zijn met of bewust zijn van wat zich in het hier-en-nu afspeelt blijft uiteindelijk altijd het belangrijkst; het benoemen of registreren kan beschouwd worden als een waardevol en ondersteunend hulpmiddel om kracht te geven aan de opmerkzaamheid.

Valt het object van observatie uit zichzelf weg, verdwijnt het of lost het op, als op dat moment niet iets anders zich duidelijk aan je voordoet, dan kun je in deze meditatietechniek altijd weer terugkeren naar het weet hebben en benoemen of registreren van het rijzen en dalen van de buik, als basisobject.´ 

Oefening: loopmeditatie

Veel mensen hebben het idee dat je meditatie alleen zittend kunt beoefenen. In feite is dit een misvatting, want inzichtmeditatie kun je ook staand, liggend, lopend en uiteindelijk tijdens alle dagelijkse activiteiten beoefenen. Een veel gebruikte manier om opmerkzaamheid te ontwikkelen is het beoefenen van loopmeditatie. Hieronder volgen enkele praktische adviezen voor het beoefenen hiervan.

'Kies of zoek een plek waar je ongeveer drie tot tien meter ruimte hebt om heen en weer te kunnen lopen. Ga aan één kant staan en wees je allereerst een korte tijd bewust van de staande houding. Zorg er daarbij voor dat je stevig (geaard) staat, de voeten licht gespreid en de knieën niet op slot. Houd het lichaam ontspannen rechtop en houd de armen langs het lichaam of zodanig dat de handen elkaar voor de buik of achter de rug vastpakken. Ook het hoofd wordt rechtop gehouden. De ogen zijn geopend en ongeveer twee tot vier meter voor je uit naar de grond gericht, zonder dat ze ergens specifiek op gefocust zijn. Je hoeft dus niet naar je voeten te kijken en ook niet recht voor je uit of om je heen; dit om een goed klimaat te scheppen voor het (meer en meer continu) kunnen ontwikkelen van opmerkzaamheid. Je bent je dan een korte tijd bewust van de staande houding van het lichaam en benoemt of registreert dit tegelijkertijd innerlijk als 'staan', 'staan', 'staan'. Je weet dat er sprake is van een staande houding van het lichaam.

Je kunt dan het voornemen om te gaan lopen registreren als 'voornemen', 'voornemen', 'voornemen' en je begint dan met de loopmeditatie. Het is aan te bevelen om op een langzame manier korte passen te maken; dit om op een zorgvuldige, precieze manier te kunnen waarnemen wat er gebeurt. Als je op een dergelijke manier een pas begint observeer je de volledige beweging van de voet. 
Je bent je bewust hoe de voet vanaf de grond de lucht in gaat, door de lucht beweegt en weer op de grond terecht komt. Hoe langzamer je de pas maakt, hoe preciezer je het proces kunt waarnemen, echter niet zo langzaam dat je steeds wankelt of valt. Om je evenwicht gemakkelijk te kunnen bewaren is het raadzaam om kleine passen te maken.

Je hoeft geen grote inspanning te maken of je op een zware manier te fixeren op de waargenomen bewegingen. Het is voldoende om op een lichte maar tegelijkertijd wél zorgvuldige manier weet te hebben van de volledige beweging van de voet. Terwijl je deze beweging observeert benoem of registreer je deze tegelijkertijd als 'links gaat zo', 'rechts gaat zo', enzovoort. Het op een dergelijke manier bewust zijn van de beweging van de voet kun je beschouwen als het basisobject tijdens de loopmeditatie, te vergelijken met de functie van het rijzen en dalen van de buik tijdens de zitmeditatie. Tijdens het lopen hoef je in principe dus ook geen aandacht te schenken aan de ademhaling of het rijzen en dalen van de buik.

Als je aan het einde van je loopafstand bent gekomen zet je de voeten weer naast elkaar. Je hebt weer enkele momenten weet van de staande houding en je registreert deze als 'staan', 'staan', 'staan'. Vervolgens merk je het voornemen om te draaien op als 'voornemen', 'voornemen', 'voornemen'. Met je linker- of rechtervoet draai je ongeveer zestig graden en je registreert dit als 'draaien'. Hierna volgt de andere voet, hetgeen je registreert als 'sluiten'. Zo draai je drie keer zestig graden en je sluit de beweging steeds met de andere voet. Na opnieuw het staan en het voornemen om te gaan lopen te hebben opgemerkt ga je weer door met de loopmeditatie. 
Als andere objecten of ervaringen op een lichte manier (niet op de voorgrond dus) aanwezig zijn, dan hoef je er geen specifieke aandacht aan te schenken maar kun je gewoon doorgaan met de loopmeditatie. Als er echter iets anders duidelijk op de voorgrond treedt (bijvoorbeeld iets wat je ziet met teneergeslagen ogen, een geluid, gedachte, lichamelijk gevoel, geur of emotie), beschouw dit dan niet als een verstoring, maar eenvoudigweg als een nieuw meditatieobject. Als het bij de eerste herkenning niet direct uit zichzelf oplost of verdwijnt, dan is het raadzaam om er letterlijk en figuurlijk even stil bij te blijven staan. Stop dan even met het lopen en registreer wat er herkend wordt, als 'horen', 'horen', 'zien', 'zien', 'denken', 'denken', enzovoort. 
Het is geen vijand maar een nieuw meditatieobject, even waardevol als het bewust zijn en registreren van de bewegingen van de voet. Je blijft op dat moment dus staan en je registreert het andere, nieuwe meditatieobject, zoals het zich aan je voordoet en zolang het duidelijk op de voorgrond is. Als het uit zichzelf verdwijnt, oplost, of niet meer op de voorgrond is, dan kun je weer doorgaan met de loopmeditatie.

De loopmeditatie kun je een periode van tien tot zestig minuten beoefenen, al naargelang de tijd die je van tevoren hebt vastgesteld. Als je wilt kun je na enige tijd de pas ook gaan onderverdelen in meerdere fasen en zo steeds meer precisie ontwikkelen in het opmerkzaam zijn. Bij een tweede loopoefening kun je de pas gaan onderverdelen in het optillen en neerzetten van de voet en deze bewegingen afzonderlijk van elkaar observeren en registreren. Je bent je dan bewust van deze twee fasen en jebenoemt of registreert ze als 'optillen', 'neerzetten', 'optillen', 'neerzetten'. Bij een derde loopoefening kun je weet hebben van drie fasen in de pas en registreert deze als 'optillen', 'voortgaan', 'neerzetten', 'optillen', 'voortgaan', 'neerzetten', ...

Zo zijn er in deze traditie zes verschillende loopoefeningen, waarbij je steeds meer gedetailleerd kunt waarnemen wat er gebeurt. Je behoort dit echter niet te forceren, maar deze oefeningen rustig aan te ontwikkelen. Je kunt het vergelijken met het autorijden of autorijles. Er zitten vier of vijf versnellingen in een auto. Als je begint met rijden is het onverstandig om de auto meteen in de vierde versnelling te zetten. Je zou hiermee de motor overvragen en het kost alleen maar veel energie, terwijl het nog slecht voor de motor is ook. 
Daarnaast kan het ook heel gevaarlijk zijn om meteen keihard te gaan rijden als je nog geen of weinig rij-ervaring hebt. Het is dus verstandiger om jezelf niet te forceren. Daarom is het in het algemeen aan te raden om in eerste instantie niet meer dan drie loopoefeningen te doen en deze rustig aan op te bouwen; eerst de

eerste oefening een bepaalde tijd, dan de tweede en dan eventueel een derde. Het gaat er uiteindelijk ook niet om dat je een zo hoog mogelijke loopoefening doet. Het is vooral belangrijk dat je op een gemakkelijke, ongeforceerde manier kunt waarnemen wat er in lichaam en geest gebeurt'.

Oefening: buigmeditatie

Loop- en zitmeditatie worden in het algemeen beschouwd als de meest gebruikelijke oefeningen om opmerkzaamheid te ontwikkelen. Als aanvulling daarop en als stimulans kun je echter ook buigmeditatie beoefenen. Het blijkt namelijk dat veel mediterenden een lichamelijke stijfheid ervaren, met name als er wat regelmatiger gemediteerd wordt. Daarnaast blijken velen innerlijke inspiratie te putten uit deze vorm van meditatie. De oefening kan op verschillende manieren worden beoefend.

Mogelijkheid 1

Kniel op de grond en ga op je hielen zitten met gebogen tenen. Deze houding van je voeten heeft als fysiek voordeel dat een aantal zenuwknooppunten op deze manier geprikkeld of geactiveerd worden. Het is echter geen 'must'. Als het onmogelijk blijkt door bijvoorbeeld ouderdom of sterke pijn, dan kun je (de wreefzijde van) de voeten plat op de grond houden. De rug is recht. Laat nu de handpalmen elkaar raken en houd de duimen tegen de borst ter hoogte van je hart. Deze houding kun je benoemen als 'zuiverheid'. Visualiseer niets. Breng je aandacht eenvoudigweg naar het hartcentrum, zonder verder na te denken over zuiverheid. 
Breng dan langzaam de handen omhoog tot de duimen het voorhoofd raken. Benoem deze houding als 'mededogen'. 
Bij de volgende beweging plaats je de onderarmen en de handen op de grond, waarbij de ellebogen de voorkant van de knieën raken en de handpalmen plat op de grond liggen. Plaats je voorhoofd tussen de 
handen, voorkant van de knieën raken en de handpalmen plat op de grond liggen. Plaats je voorhoofd tussen de handen, ontspan de buik en benoem deze houding als 'wijsheid'. 
Ga dan terug naar de uitgangspositie en herhaal de buigoefening nog twee of meerdere keren'.

Mogelijkheid 2 
Als je de voorgaande oefening te 'religieus' vindt, kun je haar ook als volgt beoefenen: 
'Maak op een langzame manier dezelfde bewegingen en neem dezelfde houdingen aan. In plaats van deze houding te benoemen als 'zuiverheid', 'mededogen' en 'wijsheid', observeer je nu alle bewegingen en de drie houdingen. Je gaat in de beginhouding zitten en bent je een moment bewust van deze houding. Je registreert deze houding als 'zitten',' zitten', 'zitten', 'houding', 'houding', 'houding', of als 'weten', 'weten', 'weten' (weten dat je zo zit). 
Je registreert dan het voornemen om te bewegen en brengt langzaam de armen en handen omhoog. Je benoemt of registreert dit als 'bewegen', 'bewegen', 'bewegen' of als 'optillen', 'optillen', 'optillen'. 
Je registreert het raken van de duimen tegen het voorhoofd als 'raken'. Je bent je vervolgens bewust van de houding en registreert die. Dan buig je langzaam met het bovenlichaam naar de grond en registreert dit als 'buigen', 'buigen', 'buigen'. Het contact van achtereenvolgens de handen, de ellebogen en het voorhoofd met de grond benoem je weer als 'raken'. Je registreert het ontspannen van de buik en het lichaamsbewustzijn in deze houding. Ten slotte beweeg je het bovenlichaam weer langzaam omhoog en je benoemt dit als 'omhoog', 'omhoog', 'omhoog'. Het elkaar raken van de handpalmen en het raken van de duimen tegen de borst registreer je weer als 'raken' en komt zo weer terug in de uitgangspositie. Als andere ervaringen op de voorgrond treden tijdens het doen van deze oefening, dan kun je deze opmerken en vervolgens de buigoefening weer hervatten, vergelijkbaar met het beoefenen van de loopmeditatie.'

Mogelijkheid 3 
Je kunt ook een combinatie van de voorgaande twee oefeningen maken. Dit kun je doen door de bewegingen en contactervaringen te observeren en te registreren. De drie houdingen benoem je dan als 'zuiverheid', 'mededogen' en 'wijsheid'.

Als je wilt dan kun je de hierboven omschreven oefening voor elke zit- of loopmeditatie doen. De oefening blijkt een weldadig effect te hebben en blijkt vaak te werken als een gezonde vorm van 'autofysiotherapie'. Daarnaast kan de oefening inspiratie opwekken. Ten slotte kan ze beoefend worden om wat afstand te scheppen met betrekking tot de dagelijkse beslommeringen en je beter te kunnen richten op het hier-en-nu. 
Sommigen ondervinden nogal wat weerstand bij het lezen of horen over deze buigoefeningen. Er kan voor je gevoel namelijk een nogal religieus tintje aan de oefening zitten. In dat geval kun je de weerstand benoemen als meditatieobject, maar je hoeft niets te forceren. Als je er geen heil in ziet kun je de oefening gewoon overslaan. Het is altijd goed om te beseffen dat de buigoefening geen 'must' is maar louter een aanvulling biedt op het lopen en zitten. 

Oefening: ligmeditatie

Vipassana-meditatie kan ook liggend beoefend worden. Hiervoor kun je op een gemakkelijke manier op de rug gaan liggen. Leg eventueel een kussentje onder het hoofd; leg de armen langs het lichaam of leg de handen (elkaar rakend) op de buik. Ook liggend op de rechterzij kan ligmeditatie goed beoefend worden en bij lichamelijke klachten kan uiteraard altijd een variatie gezocht worden, waarbij je een langere tijd stil kunt liggen. Verder gelden dezelfde adviezen als voor de zitmeditatie. 

Meditatie in het dagelijkse leven

Het is nog goed om iets te verduidelijken over de tijd die je zou kunnen wijden aan het mediteren. In feite zijn hier geen vaste regels voor en is elke periode tussen vijf en zestig minuten. 
Veel leraren adviseren echter om een richttijd te kiezen van ongeveer dertig minuten, dit om 'er in te kunnen komen' en wat diepgang te kunnen realiseren. Het hangt echter af van de tijd, ruimte en motivatie die je hebt. Als dertig minuten dus te lang is, dan is vijfentwintig minuten ook goed. Als vijfentwintig minuten te lang is, dan is twintig minuten ook goed, enzovoort. Er zijn leraren die het belang van regelmatige, liefst dagelijkse oefening benadrukken, als een dagelijkse mentale wasbeurt, uit zorg en respect voor jezelf en voor anderen. Andere begeleiders accentueren het gaan mediteren wanneer je kunt en wilt. 
Met een beetje creativiteit kun je echter ook zogenaamde 'dode momenten' of normaal gesproken 'zinloze activiteiten' omtoveren tot momenten van meditatie. Het in een trein, bus of wachtkamer zitten kan met behulp van de zitmeditatie-adviezen op deze manier een bron van inzicht, innerlijke rust en stabiliteit worden.

Zit-, loop-, buig- en ligmeditatie kunnen beschouwd worden als basisoefeningen. Uiteindelijk kun je echter ook tijdens de meest alledaagse handelingen opmerkzaamheid ontwikkelen. Als expliciete oefening hiervoor kun je - als je de tijd en ruimte hebt - je handelingen tijdens een activiteit enigszins vertragen en zorgvuldig observeren wat er fysiek en mentaal gezien allemaal gebeurt. Hieronder volgt een voorbeeld: 

Oefening: meditatief een stroopwafel eten

'Wees je eerst bewust van het zitten en van het rijzen en dalen van de buik. Registreer het zien van de stroopwafel en het verlangen om haar op te pakken.De bewegingen observerend en registrerend kun je je arm langzaam in de richting van de stroopwafel bewegen. Vervolgens benoem je het oppakken ervan. 
Beweeg je andere hand richting stroopwafel en registreer ook het afbreken van een stukje wafel. 
Je bent je vervolgens bewust van de omhooggaande beweging van je arm en je registreert deze; ook benoem je het openen van je mond en het in de mond stoppen van het stukje stroopwafel. 
Je kunt het contact van het stukje stroopwafel met de tong en de binnenkant van de mond registreren. Benoem het voornemen om te kauwen en begin dan al observerend en registrerend te kauwen. Misschien dat de smaak of het lekker vinden op de voorgrond treedt; in dat geval kun je het proeven of het lekker vinden registreren. 
Vervolgens kun je het slikken opmerken en tenslotte het naar beneden voelen glijden van de doorgeslikte substantie, door de slokdarm naar de maag toe. 
Ten slotte nuttig je al observerend en registrerend de overige stukjes stroopwafel'.

Dit is een eenvoudig voorbeeld van hoe opmerkzaamheid ontwikkeld kan worden tijdens alledaagse levensactiviteiten. Zo kunnen het doen van de afwas, het tanden poetsen, scheren of het naar het toilet gaan oefeningen in opmerkzaamheid worden. 
In de praktijk blijken echter het zitten, lopen en buigen de meest geschikte basishoudingen te zijn voor het ontwikkelen van opmerkzaamheid. Tijdens ligmeditatie verlies je immers veel gemakkelijker een stuk helderheid van geest, omdat er in die houding niet een lichte inzet nodig is om fysiek overeind te blijven zitten of om te bewegen. Hierdoor verslapt je aandacht veel gemakkelijker tijdens het liggen. En tijdens dagelijkse levensactiviteiten word je gemakkelijk onzorgvuldig, waardoor de alledaagse haast, bezorgdheid en andere conditioneringen de meditatieoefening voortijdig weer doen eindigen.

Regelmaat en geduldige discipline in het beoefenen versterken de opmerkzaamheid en innerlijke stabiliteit in het algemeen. Wees echter realistisch in plaats van idealistisch in het bepalen van de tijd die je (dagelijks) aan meditatie wilt besteden. Mocht het dan ook niet mogelijk zijn om er elke dag wat tijd voor vrij te maken, ga dan niet vol schuldgevoelens rondlopen. Er moet niks, het is een ongedwongen weg. Je kunt ook gewoon mediteren op het moment dat je behoefte en tijd hebt. 
Op het moment dat je wilt mediteren, is het altijd wel raadzaam om een tijdsduur en ruimte te kiezen, waarin je zo min mogelijk kans hebt om gestoord te worden. Enkele tips hiervoor: 
- Haal de telefoonstekker uit de contactdoos of zet het antwoordapparaat aan. 
- Creëer een vaste meditatieplek in huis. 
- Zoek een tijd uit waarop je alleen bent. 
- Bij aanwezigheid van kinderen of partner: geef van tevoren aan dat je een tijd wilt mediteren en liever 
niet onnodig gestoord wilt worden. 
- Zet ergens een eierwekker of klokje neer, dat je zo afgesteld hebt dat er na de voorgenomen meditatieperiode een alarm afgaat.

Als afsluiting van dit hoofdstuk ten slotte nog iets over begeleiding bij het leren mediteren. 
Als je geïnteresseerd bent en je verdiepen wilt in vipassana-meditatie, dan is het zeker de moeite waard om contact op te nemen met één van de centra of adressen uit bijlage III achterin dit boek. Om vertrouwd te raken met de meditatiemethode en om er een bepaalde diepgang in te krijgen is begeleiding namelijk erg belangrijk; niet om afhankelijk te worden maar vooral om het subtiele spirituele pad te leren bewandelen, zodat je na verloop van tijd je eigen meditatieproces kunt gaan begrijpen. Om aan deze behoefte te voldoen worden er op diverse plaatsen in het land wekelijkse avonden, weekends en retraites georganiseerd, waarbij gezamenlijk gemediteerd wordt en meer uitleg gegeven wordt over de diverse meditatievormen. Deze activiteiten zijn in principe toegankelijk voor eenieder die het spirituele pad wil (leren) bewandelen en worden ook door meer ervaren mediterenden vaak zeer gewaardeerd als extra inspiratie
.

.

.

Ons centrum organiseert avonden, weekends en retraites met gerichte meditatie-instructies.

Wekelijks wordt deze meditatie op donderdagavond in ons centrum beoefend.

We beginnen stipt om 20u. Iedereen is welkom vanaf 19u45, 
daarna wordt de deur gesloten om de rust en voorbereiding van de meditatie niet te verstoren. 
Men maakt gebruik van dit stille samenzijn vóór 20u om zich persoonlijk af te stemmen 
en de spanningen en beslommeringen van de voorbije dag(-en) los te laten...

bijdrage: richtgedachte is 5 Euro

 

 

 

 

 

@ copyrights www.Sangha-Reiki.com We zijn vandaag 23Mei 2018 :22u40:30

Webmasters: Vivianne Bovijn Borsbekestraat 148 - 9551 RESSEGEM
o.l.v. Tim Van Den Brande